ID.nl logo
Is mijn dak geschikt voor zonnepanelen?
© middelveld
Energie

Is mijn dak geschikt voor zonnepanelen?

Om zonnepanelen te kunnen plaatsen, moet je dak aan een aantal voorwaarden voldoen. Is er voldoende ruimte, heeft het dak een oriëntatie tussen het oosten en westen, richting het zuiden. En is er geen of een beperkte schaduwwerking en een stabiele dakconstructie om de zonnepanelen op te bevestigen?

Voor particuliere huizen worden voornamelijk twee zonnepaneelmaten gebruikt: 1,00x1,65 meter en 1,10x1,75 meter. Veelgebruikte systemen bestaan uit 8, 12 of 16 zonnepanelen. Een systeem van 16 zonnepanelen wordt vaak geplaatst als 2 rijen boven elkaar. Deze voorbeeldsystemen hebben dus een hoogte van 3,3 tot 3,5m en een breedte van 4, 6 of 8 meter. Doordat je wat ruimte aan de rand van je dak moet vrijhouden, is hiervoor tussen de 15 en 30 m2 aan vrije ruimte op je dak nodig.

Elk dak is uniek en vereist een op maat gemaakte oplossing om de beschikbare ruimte optimaal te benutten. Bij voorkeur worden de panelen in nette rechthoeken op één of meerdere dakdelen geplaatst. Plaatsing over meerdere dakdelen kost wel extra installatietijd en vereist een meer complexe bekabeling en omvormer. Let op een nette lay-out, want het oog wil ook wat: met een gemiddelde levensduur van 25 jaar moet je immers lang genoeg naar de zonnepanelen kijken.

Oriëntatie en dakhoek

Zuidelijke daken

©acilo

Heb je een dak op het zuiden? Dat is ideaal voor zonnepanelen!

Zuidelijke daken met een dakhoek van 30-40 graden zijn optimaal voor zonnepanelen. Doordat deze daken rond het middaguur direct naar de zon ‘kijken’ maken ze optimaal gebruik van de zon op het warmste moment van de dag. Deze ideale daken hebben een zonnepotentie van 100%, en bieden dus het beste financiële rendement voor zonnepanelen. Als een zuidelijk dak platter of steiler is dan 30-40 graden is de zonnepotentie vaak nog steeds meer dan 95%.

Zuidoost- of zuidwestelijke daken

©OLCAY ARDA

Een dak op het zuidoosten of zuidwesten? Dat profiteer je goed van de ochtend- of de middagzon.

Zuidoost- of zuidwestgerichte daken zijn prima geschikt voor zonnepanelen. Het felste zonlicht van het middaguur wordt iets minder benut, maar ze genereren juist meer elektriciteit in de ochtend (zuidoostelijke daken) of in de middag (zuidwestelijke daken). Onder een goede hoek hebben deze daken een zonnepotentie van meer dan 95%, terwijl een platter of steiler dak nog steeds boven de 90% komt.

Oost- of westelijke daken

©FOKKE BAARSSEN

Een dak op het westen of oosten? Hoe platter het dak, hoe hoger dan de zonnepotentie is.

Oostelijke of westelijke daken hebben een zonnepotentie van 80-90%. Hier is de regel: hoe platter het dak, hoe beter de zonnepotentie. Dat komt omdat bij plattere daken de felle zon van het middaguur beter op de zonnepanelen valt. Oostelijke daken genereren de meeste elektriciteit in de ochtend, terwijl westelijke daken juist meer energie in de middag opwekken. Oost-west daken kunnen prima gecombineerd worden voor een gelijkmatige elektriciteitsproductie.

Noordelijke daken

Een dak op het noorden is niet de beste plek voor zonnepanelen.

Noordelijke daken zijn minder geschikt voor zonnepanelen. Ze hebben een zonnepotentie van minder dan 75%. Dit geldt ook voor daken richting het noordoosten of noordwesten. Deze daken zijn minder geschikt, omdat er minder zonlicht op valt, en het rendement op je panelen dus een stuk lager is. Tenzij je bewust kiest voor een lager rendement of een heel licht hellend dak richting het noorden hebt, raden we consumenten af om zonnepanelen op een dak richting het noorden te plaatsen.

Platte daken

Platte daken hebben nog steeds een zonnepotentie van 90%, wat veel mensen verbaast. Het zonlicht rond het middaguur wordt iets minder benut dan bij een dak op het zuiden. Maar tijdens de ochtend en in de middag vangt een plat zonnepaneel juist meer zon. Om de panelen door de regen schoon te laten spoelen, is een installatie op een plat dak nooit helemaal plat, maar altijd onder een bepaalde hoek op het zuiden (of oost-west). Een kleine hoek (15-20 graden) heeft als voordeel dat je de panelen dichter bij elkaar kunt plaatsen waardoor er minder schaduw tussen de rijen valt.

De optimale hoek van 30-40 graden wordt minder vaak gebruikt op platte daken, omdat de montageconstructie dan groter en dus duurder is. Tevens zie je de zonnepanelen vanaf de grond eerder boven het dak uitsteken bij een grote hoek. Let bij platte daken goed op obstakels met mogelijke schaduwwerking zoals schoorstenen, muurtjes aan de zijkant of naburige gebouwen.

Ook is het mogelijk om zonnepanelen op een plat dak niet in rijtjes op het zuiden te richten, maar ze bewust oost / west te plaatsen. Op die manier kan het dak 40% efficiënter benut worden omdat er geen ruimte tussen de panelen aangehouden hoeft te worden wegens schaduwval. Je geeft met een oost/west opstelling op een plat dak wel 15% output weg doordat de zonnepanelen per stuk 15% minder presteren dan in een zuidelijke opstelling.

Schaduw en obstakels

Schaduw op een zonnepaneel verlaagt de elektriciteitsopbrengst aanzienlijk. Dat komt omdat in een systeem van meerdere zonnepanelen de zwakste schakel telt. Als er bijvoorbeeld een systeem van 12 panelen op je dak ligt en 1 zonnepaneel krijgt schaduw door een schoorsteen, dan vallen de overige 11 panelen terug naar de veel lagere opbrengst van dit enkele zonnepaneel in de schaduw, tenzij je gebruikt maakt van Power-optimizers of Micro-omvormers. Bij een gewone string-omvormer kan de schaduw dus al snel voor een vermindering van 25-50% in de opbrengst zorgen, waardoor je investering niet het verwachte resultaat heeft.  

Waar moet je rekening mee houden?

Belangrijke obstakels, zoals pijpjes, schoorstenen, dakkapellen, andere dakdelen, bomen en het huis van je buren. Let ook op bomen die de komende 25 jaar een stuk groter kunnen worden dan ze nu zijn.

Let niet alleen op de schaduw op één moment, maar bedenk dat de zon in de ochtend in het oosten opkomt, in het middaguur op het zuiden staat en ’s avonds in het westen ondergaat. Hierdoor verandert de schaduw gedurende de dag. Schaduw voor 9 uur ’s ochtends of na 5 uur ‘s middags is niet zo schadelijk voor je opbrengst, omdat de intensiteit van de zon een stuk lager is rond deze tijdstippen. Ook schaduw in de winter door een laagstaande zon is te verwaarlozen, omdat de elektriciteitsopbrengst in de winter slechts 10% van het jaartotaal is.

Power-optimizers of micro-omvormers om zonnepanelen individueel te schakelen

Als schaduw niet ontweken kan worden, kan de impact verminderd worden door het gebruik van power-optimizers of micro-omvormers onder ieder zonnepaneel. Hiermee wordt een systeem van zonnepanelen parallel geschakeld, waardoor het probleem van de zwakste schakel wordt opgelost. Ieder zonnepaneel produceert met een power-optimizer of micro-omvormer zijn eigen optimale opbrengst, dus als van de 12 panelen er één in de schaduw ligt, dan valt alleen dat enkele paneel terug door de schaduw. Bijkomend voordeel is dat het systeem per paneel uitgelezen kan worden, waardoor eventuele problemen direct toe te wijzen zijn aan één specifiek paneel en het veel inzichtelijker is hoe het systeem functioneert.

Het verschil tussen power-optimizers en micro-omvormers is dat power-optimizers altijd nog een centrale omvormer nodig hebben die vaak binnen wordt gemonteerd. Power-optimizers maken het systeem ‘slim’, maar micro-omvormers maken het systeem ‘slim’ en zetten direct achter het paneel de gelijkstroom van de zonnepanelen om naar wisselspanning. Daardoor wordt er bij micro-omvormers een kabel rechtstreeks van de zonnepanelen naar de meterkast getrokken, dus een heel simpele installatie. Met name bij platte daken met slaapkamers boven scheelt dit een omvormer-kast binnen.

Het nadeel van power-optimizers en micro-omvormers is dat de initiële investering hoger is (ongeveer € 50 tot € 75 per paneel extra). Maar micro-omvormers hebben een levensduur van 25 jaar, terwijl een normale seriële omvormer 10-15 jaar meegaat en dan vervangen moet worden. De totale kosten over de levensduur van de zonnepanelen zijn dus gelijk, met als voordeel een forse vermindering van de schaduw en dus een beter financieel rendement op zonnepanelen.

Materiaal op je dak

Normale dakpannen, platte daken en golfplaten zijn meestal geschikt voor zonnepanelen, mits in goede staat. Overige daken brengen extra kosten met zich mee of zijn niet geschikt voor de installatie van zonnepanelen. Vergunningen zijn niet nodig voor zonnepanelen, behalve als je ze grond-gebaseerd of verticaal tegen de muur wilt plaatsen. Ook mag je huis geen onderdeel zijn van een beschermd stadsgezicht of de status van een monumentaal pand hebben.

Dakpannen

©Roland T. Frank

Dakpannen op je dak vormen geen belemmering voor de installatie van zonnepanelen.

Dakpannen zijn eigenlijk altijd geschikt voor de installatie van zonnepanelen. Het montagesysteem voor zonnepanelen wordt middels aluminium verbindingen aan de onderliggende dakconstructie bevestigd. Dakpannen worden simpelweg opgetild en de aluminium bevestigingshaak gaat er onderdoor. De installateur zal dus nooit boren in dakpannen en het dak blijft waterdicht. De enige uitzondering vormen heel oude pannen (bijvoorbeeld van klei) die erg fragiel en breekbaar zijn: deze zijn mogelijk niet geschikt voor de installatie van zonnepanelen. Het kan bij een ouder dak aan te bevelen zijn om de dakpannen onder de zonnepanelen te vervangen door dakpanplaten van kunststof of metaal, platen in de vorm van meerdere dakpannen. Visueel blijft het dak hetzelfde, maar de vrijgekomen pannen kunnen worden gebruikt om slechte pannen op de rest van het dak te vervangen. Ook kun je een indak-systeem gebruiken, maar dit is tot de helft duurder.

Platte daken

©MICHAEL VERHOVSKI

Of een plat dak geschikt is voor zonnepanelen, hangt af van de onderliggende constructie. Die moet sterk genoeg zijn.

Platte daken zijn over het algemeen geschikt voor zonnepanelen, mits de onderliggende constructie stevig genoeg is. Betonnen constructies zijn altijd geschikt. Je moet in ieder geval op het platte dak kunnen lopen, omdat ieder zonnepaneel toch 20 kilo weegt met nog 20 kilo ballast. Bedekking van platte daken met normaal bitumen en grind is prima, al is installatie op schuine daken met bitumen moeilijk en duurder wegens een gebrek aan bevestigingsmogelijkheden voor het montagesysteem. Het kan zijn dat de maximale belastbaarheid van het dak de maximale systeemgrootte voor zonnepanelen kan beperken. Ook kan de hoeveelheid ballast behoorlijk variëren op basis van de windbelasting op het dak. Denk hierbij aan de hoogte van het gebouw of locatie zoals kust of aan de rand van een woonwijk.

Golfplaten , stalen / zinken daken

Golfplaten daken (bijvoorbeeld op boerderijen of schuren) zijn geschikt voor zonnepanelen en de installatie is eenvoudig en zonder meerkosten. Stalen of zinken daken zijn meestal ook geschikt voor zonnepanelen.

Minder geschikte daken

Overige daken zijn over het algemeen niet geschikt voor zonnepanelen. Bij een asbest dak moet je eerst het asbest saneren. Bij een rieten dak kunnen zonnepanelen meestal niet worden geplaatst wegens brandgevaar. Er zijn wel systemen waarbij de zonnepanelen compleet worden gescheiden van het riet door ze in een bitumen bak te plaatsen, maar we raden dit niet aan. Op een leien dak kunnen zonnepanelen soms worden geplaatst, maar de installatie is vaak een stuk duurder en niet alle installateurs installeren op leien daken.

Indien het dak onderhoud vereist, bijvoorbeeld wegens losse of gebroken dakpannen, is het aan te raden om eerst je dak te repareren en daarna pas zonnepanelen te installeren. De meeste installateurs van zonnepanelen kunnen betrouwbare dakdekkers aanbevelen.

Locatie in Nederland

Alle locaties in Nederland zijn geschikt voor zonnepanelen, de verwachte opbrengsten tussen de beste en slechtste locatie verschillen weinig. In Nederland is de zoninstraling behoorlijk gelijk, en het is overal in het land de moeite waard om zonnepanelen te installeren. Het maximale verschil tussen de meeste zoninstraling (op de Waddeneilanden) en de minste zoninstraling (in Limburg) is beperkt tot ongeveer 10% van de jaarlijkse opbrengst.

De online tool van Kieskeurig.nl houdt rekening met de zoninstraling op jouw precieze locatie, gebaseerd op het gemiddelde van de afgelopen 25 jaar. Hierdoor krijg je een zo precies mogelijke schatting van de verwachte opbrengst van zonnepanelen op je eigen dak. Start ook met duurzame energie en besparen!

Vraag een offerte aan voor zonnepanelen:

▼ Volgende artikel
6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer
© luismolinero
Huis

6 handige tips voor het gebruik van je staafmixer

Als je alles uit je staafmixer wilt halen, moet je wel weten hoe je ermee om moet gaan. Met deze tips krijg je niet alleen de beste (lees: lekkerste) resultaten, maar gaat je staafmixer ook langer mee. Win-win! 

In het kort: Een staafmixer is in principe een heel simpel apparaat. Je zet hem aan en hij pureert de boel voor je. Maar let op: een staafmixer kan overbelast raken en sneller stukgaan als je hem niet op de juiste manier gebruikt. Ook kunnen je gerechten er minder lekker op worden. Wil je weten hoe je je staafmixer optimaal benut? Lees dan de tips in dit artikel.

Lees ook: Dit kun je allemaal (nog meer) met een staafmixer

Tip 1: Ingrediënten voorsnijden

Hoewel staafmixers erg krachtig kunnen zijn, hebben ze ook relatief kleine mesjes. In tegenstelling tot bijvoorbeeld een blender kan het voor een staafmixer daarom lastig zijn om grote stukken goed en gelijkmatig te verpulveren. Je kunt je staafmixer dus een handje helpen door je ingrediënten van tevoren in kleinere stukken te snijden. Hiermee verklein je de kans op klonten of stukjes in je soep of saus én raken de messen minder snel overbelast. 

Tip 2: Let op het vermogen

Het is altijd belangrijk om rekening te houden met het vermogen van je staafmixer, want dat bepaalt welke ingrediënten het apparaat kan pureren. Het pureren van harde ingrediënten zoals noten of ongekookte groenten met een staafmixer met een laag vermogen gaat hoogstwaarschijnlijk niet lukken. Of het lukt wel, maar met een overbelaste motor tot gevolg. Voor harde ingrediënten is vaak een vermogen van minstens 600 watt nodig. Wil je vaak en veel gaan pureren, kies dan voor een vermogen van minstens 1000 watt. Maar let ook op het toerental, oftewel het aantal rotaties per minuut (RPM). Een staafmixer kan namelijk een laag vermogen hebben, maar wél een toerental van minstens 10.000 RPM. Dan is hij alsnog krachtig genoeg om harde ingrediënten te pureren. 

©Khaletski Siarhei | goffkein.pro

Tip 3: Niet te lang pureren

Lang achter elkaar pureren is funest voor de messen en de motor van een staafmixer. Beter is om in pulsen te pureren, waarbij je de motor tussen het pureren door steeds een paar seconden laat rusten. Vooral bij dikkere mengsels, zoals notenpasta, smoothies en dikke soepen, is dit belangrijk. Het is afhankelijk van het vermogen van een staafmixer hoe lang hij achter elkaar kan pureren. Vaak staat dit aangegeven bij de specificaties. Heb je geen idee? Pureer zachte ingrediënten dan niet langer dan 1,5 minuut en harde ingrediënten niet langer dan 45 seconden. Maakt je staafmixer een raar geluid of wordt hij erg warm, stop dan meteen met pureren. Dit zijn signalen dat het apparaat overbelast is. 

Tip 4: De juiste snelheid

De meeste staafmixers hebben meerdere snelheidsstanden en dat is niet zonder reden. Zo heb je voor het fijn pureren van dikkere mengsels en harde ingrediënten vaak een hogere snelheid nodig dan voor lichte bereidingen. En de turbostand kan handig zijn om harde ingrediënten kort maar krachtig te verpulveren of om een extra gladde soep te maken. Soms wil je een combi van snelheden gebruiken. Je begint bijvoorbeeld met een lage snelheid om spatten in de keuken te voorkomen en bouwt vervolgens geleidelijk op naar een hogere snelheid voor een glad resultaat. 

Tip 5: Ronddraaiende beweging

Beweeg je je staafmixer tijdens het pureren altijd gewoon op en neer? Op zich niks mis mee, want pureren doet het apparaat toch wel. Maar wil je zeker weten dat je geen plekken overslaat, maak dan tijdens het op en neer gaan óók een cirkelvormige beweging. Want op een mayonaise met klontjes zit natuurlijk niemand te wachten. 

©VI Studio

Tip 6: Schoonmaken

Een staafmixer neemt je veel werk uit handen, maar daar moet je wel iets voor terugdoen. Een staafmixer die niet goed schoongemaakt wordt, zal sneller vastlopen door aangekoekte etensresten. De motor moet dan tijdens het pureren harder werken en zal waarschijnlijk sneller overbelast raken. Daarnaast is een vieze staafmixer natuurlijk niet zo hygiënisch. Wil je geen bacteriën en nare geurtjes in je verse soep, maak je staafmixer dan na elk gebruik goed schoon. Dat kost je nauwelijks moeite: laat het apparaat even draaien in een maatbeker met warm water en wat afwasmiddel of doe hem, als dat kan, in de vaatwasser.

Nog meer doen met je staafmixer?

De beste accessoires, van gardes tot hakmolens

▼ Volgende artikel
Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates
Huis

Sony in 2025: nieuwe soundbars en tv's, maar minder vaak updates

Tijdens het persevent van Sony op het Europese hoofdkwartier in Weybrigde in het Verenigd Koninkrijk werden de nieuwe soundbars en tv's van 2025 aangekondigd. Het bedrijf zegt het misschien niet met zoveel woorden, maar de boodschap is duidelijk: minder frequente updates van alle modellen, en miniled blijft de technologie voor het topmodel.

 De 2023 A95L qd-oled-tv heeft twee jaar in het aanbod gestaan, ondanks het feit dat er vorig jaar wel degelijk een nieuw paneel beschikbaar was. In 2025 krijgt het model wel een update. De Bravia 8 II - te lezen als Bravia 8 Mark 2 - zal uitgerust zijn met het nieuwste (3e generatie) qd-oled-paneel van Samsung Display. Sony claimt dat dit paneel een 25% hogere piekhelderheid zal leveren ten opzichte van de A95L. Als we kijken naar wat Samsung Display (de panelfabrikant) claimde op CES, dan kan dit paneel tot 4.000 nits piekhelderheid leveren. We vermoeden dat Sony daar onder zal blijven, het merk is over het algemeen wat voorzichtiger en pusht zijn oled-panelen niet tot het uiterste op het gebied van piekhelderheid. Opmerkelijk genoeg vermeldde Sony expliciet dat de Bravia 8 II goedkoper zal zijn dan de A95L, maar concrete prijzen zijn er nog niet. De Bravia 8 II zal beschikbaar zijn in 55 en 65 inch.

©Eric Beeckmans | ID.nl

De Bravia 5 en Bravia 3

Verder naar onder in de line-up worden de Bravia 5 en Bravia 3 aangekondigd, ze vervangen respectievelijk de X90L en de X75WL. De Bravia 5 wordt uitgerust met de XR-processor (ook te vinden op de hogere modellen) en een XR Backlight Master Drive, een miniled-achtergrondverlichting die zes keer meer zones zal gebruiken dan de X90L. Hij zal beschikbaar zijn in 55, 65, 75,85, en 98 inch. De Bravia 3 is een instap 4K-model met direct led-achtergrondverlichting en de X1-processor. Dit model zal beschikbaar zijn in 43, 50, 55, 65, 75, en 85 inch. Beide modellen ondersteunen Dolby Vision en Dolby Atmos.

Demo's van nieuwe modellen

Sony toonde een aantal demonstraties van de nieuwe modellen, in vergelijking met een aantal concurrenten (dat waren uiteraard 2024-modellen). De Bravia 8 II stond opgesteld naast de voorganger de A95L, een Sony referentie studiomonitor, en een LG G4 en Samsung S95D. Zowel in Vivid Mode als de Filmmaker Mode (of vergelijkbaar want Sony gebruikt geen Filmmaker Mode) liet de Bravia 8 II een sterke indruk na. Zijn beelden leunen erg dicht tegen de studioreferentie aan. Kleuren in zeer heldere accenten zijn beter, en donkere gradaties worden nauwkeuriger weergegeven.

De Bravia 5 stond opgesteld naast een X85L (wat overigens een ietwat vreemde vergelijking is, want het toestel vervangt de X90L) en een Samsung QN85D. De XR Backlight Master Drive geeft de Sony flink wat extra helderheid en een duidelijke verbetering in contrast. Sony toonde ook een nieuwe techniek voor ruisonderdrukking bij oude bronnen (SD-content zoals Friends). Dat presteerde in sommige gevallen goed, maar liet in andere gevallen meer ruis zien. Mogelijk verfijnt Sony dit nog voordat het model op de markt komt. Het feit dat de testen in Vivid beeldmode gedaan werden, maakt de vergelijking ook moeilijk, vermits fabrikanten daar vaak veel vrijheid nemen.

Audioverwerking, beeldverwerking en Studio Calibrated

Op het gebied van beeldverwerking liet Sony dit keer geen belangrijke nieuwigheden zien. Ons oordeel over het nieuwe ruisonderdrukkingsalgoritme dat tijdens de Bravia 5 demo getoond werd, laten we nog even achterwege totdat we het zelf kunnen testen. De Bravia 3 heeft een nieuw algoritme voor beeldkwaliteit, maar dat werd alleen in Vivid-mode getoond en dat is een test waaruit weinig op te maken valt.  

©Eric Beeckmans | ID.nl

Sony benadrukte verder nog de aanwezigheid van Voice Zoom 3 op de Bravia 8 II en Bravia 5. Daarmee kan de processor nauwkeurig stem of dialogen isoleren van de rest van de audio. Zo kun je die selectief versterken (voor film kijken ’s avonds) of verzwakken (om de commentator bij sport wat stiller te maken).

De tagline van Sony, ‘Cinema is coming home', wil de fabrikant garanderen met een aantal Studio Calibrated beeldmodes: Netflix Adaptive Calibrated Mode, Prime Video Calibrated Mode en Sony Pictures Core Calibrated Mode. Die modi zijn specifiek in samenwerking met de respectievelijke streamingdienst opgezet. Voor alle andere content is er de ‘Professional’-beeldmode.

Tweejaarlijkse cyclus en miniled als toptechnologie

Net als vorig jaar heeft Sony alleen een deel van line-up vernieuwd. Dat is een aanpak die we toejuichen, want het maakt de verbeteringen die een nieuw model krijgt veel duidelijker. Sony kan daar eventueel nog wel van afwijken, bijvoorbeeld als een model het slecht doet in de markt. Maar we hopen dat dit voorbeeld navolging krijgt.

De 2024 Bravia 9 - een miniled-model - geldt nog steeds als het topmodel, ondanks de vernieuwde Bravia 8 II QD-OLED. Sterker nog, Sony kondigde voor volgend jaar een RGB-miniled technologie aan die duidelijk voorbestemd is om het nieuwe topmodel te worden.

Wat is een rgb-miniled achtergrondverlichting?

De achtergrondverlichting is het onderdeel van een lcd-tv dat licht produceert. Dat kunnen witte leds zijn, maar een moderne premium lcd-tv gebruikt doorgaans talloze minileds die blauw licht produceren, dat via een quantum dot-folie wordt omgezet naar wit licht. De leds worden onderverdeeld in zones die de processor individueel kan aansturen om het contrast te verbeteren. In donkere zones dimt hij het licht, in heldere zones kan hij de leds sterker aansturen. Om kleur te produceren wordt elke pixel met behulp van een kleurfilter opgedeeld in een rode, groene en blauwe subpixel.

©Sony

RGB-miniled technologie vervangt dit systeem door trio's van rode, groene en blauwe minileds te gebruiken die samen wit licht creëren, waardoor de quantum dot-laag overbodig wordt. Omdat er nog steeds veel minder leds dan pixels zijn, blijft het kleurenfilter nodig om per pixel de juiste kleuren te creëren. Net zoals bij een huidige miniled-tv worden de leds onderverdeeld in zones om het contrast te verbeteren.

©Sony

Maar deze technologie kan nog een stapje verder gaan. Als de processor detecteert dat er in een bepaalde zone enkel groen licht nodig, dan kan hij de rode en blauwe leds uitschakelen. Dat is alvast veel efficiënter dan het overbodige licht weg te filteren.

Wachten tot 2026 voor nog rijkere, helderdere kleuren

Sony claimt dat dit soort achtergrondverlichting een piekhelderheid van 4.000 nits en kleurbereik van 99 % P3 kan bereiken en 90% Rec.2020. Dat is een flinke upgrade ten opzichte van de beste tv’s die momenteel wel 4000 nits halen, maar eerder 95% P3 en 75% Rec.2020 leveren. Concreet kan een rgb-miniled veel helderdere kleuren tonen, die toch erg intens zijn.

©Sony

Daarnaast zijn ook meer nauwkeurige kleurgradaties mogelijk, en dat zowel in heel donkere als heel heldere tinten. Een aangezien meer en meer filmmakers vaak erg donkere scènes gebruiken, zou dat een welkome verbetering zijn. De technologie heeft nog twee extra voordelen. Ze is schaalbaar naar grote tv-maten. En een rgb-miniled tv zou ook een betere kijkhoek hebben, al liet Sony niet weten hoe dat gerealiseerd wordt. Sony zal een eerste model vermoedelijk in 2026 lanceren.

Ook bij audio een beperkt aantal nieuwe modellen

Net als bij de televisies worden ook de audioproducten niet meer elk jaar vernieuwd zo blijkt. Vorig jaar kreeg de top van het aanbod een make-over, dit jaar is de onderste helft aan de beurt. De Bravia Theatre Bar 6 is een 3.1.2 soundbar met subwoofer. De Bravia Theatre System 6 is een 5.1 soundbar met bijgeleverde surroundluidsprekers en subwoofer. Beide ondersteunen Dolby Atmos, DTS:X, Voice Zoom 3. We kregen een korte demo van de vernieuwde Bravia Bar 6, die een duidelijk vollere en stevigere klank produceerde dan de voorganger.

©Eric Beeckmans | ID.nl

Daarnaast zijn er ook twee optionele accessoires. De Bravia Theatre Rear 8 bestaat uit één paar draadloze surroundluidsprekers die je kunt gebruiken om de Bar 6 uit te breiden. De Bravia Theatre Sub 7 is een compacte draadloze subwoofer van 100W.

Bekijk andere Sony-tv's op Kieskeurig.nl: